Gepost door: pheirman | april 21, 2015

JOC Congo helpt jongeren aan werk


Een beeld tijdens een inleefreis van Wereldsolidariteit in 2012, op bezoek bij JOC Congo.

Een beeld tijdens een inleefreis van Wereldsolidariteit in 2012, op bezoek bij JOC Congo.

Jong zijn in Congo is allesbehalve vanzelfsprekend. Om op eigen benen te kunnen staan is een job belangrijk. Maar betaalde jobs in de formele sector zijn schaars. Vele jongeren zoeken hun toevlucht dan ook in de immense informele economie en gaan de markt op als verkoper van telefoonkaarten, worden “begeleider” van de chauffeurs van busjes en vrachtwagens of nemen een job aan als creuseur of steenkapper. Anderen zoeken hun heil gewoon op straat, waar de grens met het misdaadmilieu heel dun is. Het is in deze context dat jongerenorganisatie JOC een belangrijke rol speelt. De organisatie, een partner van Wereldsolidariteit, is het goede doel waarvoor ik en vele andere lopers de benen strekken tijdens de 20 kilometer van Brussel in het kader van Sprint voor een kind.

Maandelijks brengt JOC jongeren van 15 tot 35 jaar samen in groepjes van een tiental personen met één begeleider van plus 35 jaar. Volgens de methodiek van zien – oordelen – handelen, zoeken ze samen naar oplossingen voor hun dagelijkse problemen. Werk, relaties, politiek, het passeert allemaal de revue. Welke analyse ze ook maken, uiteindelijk heeft veel te maken met werk. Jongeren vormen en aan werk helpen is dan ook de voornaamste bijdrage van JOC aan de
Congolese samenleving. Alleen al in de stad Kikwit zijn er 45 JOC‐groepen actief.

Papa Eric

In Congo is het een uiting van respect om iemand papa of maman te noemen. Dat doen jongeren spontaan bij iemand die ouder is dan hen. Papa Eric krijgt veel respect van “zijn” JOC‐jongeren. Hij is dan ook meer dan een begeleider. Hij is tegelijk mentor, lesgever en werkgever. Eric heeft drie ateliers opgericht waar straatkinderen terechtkunnen voor opleiding en werk. Hij biedt hen als het ware een “leercontract” aan. Jongens leren meubelen maken, meisjes leren snit en naad. Telkens 84 jongens en meisjes krijgen deze begeleiding gedurende 15 maanden. Ze werken elke dag van 7.30 uur tot 18 uur, na hun opleiding krijgen ze een getuigschrift en enkele basisbenodigdheden om hun beroep uit te oefenen. Volgens papa Eric zijn de ateliers zelfbedruipend door de verkoop van meubelen en afgewerkte kledingstukken. Maar hij is niet veeleisend, de werkplaatsen zijn piepklein, het materiaal is verouderd en hij kan de jongeren geen waardig loon betalen.

Maman Hortense

Hortense is volwassen begeleider in het naaiatelier DJFC : Dynamique de la Jeunesse Féminine Congolaise ( Dynamische jonge Congolese vrouwen). Deze JOC‐groep is opgericht om de problemen van seksueel misbruikte meisjes te verlichten. Samenkomen, praten en werken is de aangewezen therapie voor hen. Ze herwinnen hun eigenwaarde door creativiteit en kunnen een leven opbouwen door de inkomsten van hun werk. Na hun opleiding is het de bedoeling dat ze zich zelfstandig vestigen als “couturière”. Elke maand komen ze samen om ervaringen uit te wisselen, nieuwe technieken aan te leren, problemen te bespreken. De jonge vrouwen die aangesloten zijn bij een JOC‐groep hebben niet alleen een job met eigen inkomsten, ze werken ook samen in coöperatief verband. De opbrengst hiervan gaat gedeeltelijk naar de werking van de JOC en dient om nieuwe groepen op te richten of nieuwe activiteiten uit te bouwen.

Bron: Wereldsolidariteit

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: